waar-werk-jij-vandaag

De overheid heeft op 14 december strengere maatregelen aangekondigd om de verspreiding van het Coronavirus tegen te gaan. Dat betekent voorlopig weer thuiswerken met alle bijbehorende ongemakken.

Gedurende de coronacrisis heeft Nederland het thuiswerken massaal ontdekt. Was thuiswerken voorheen nog vooral beperkt tot wat administratieve taken aan de keukentafel,  inmiddels worden afdelingsvergaderingen en ‘bilateraaltjes’ gewoon via moderne video conferencing tools georganiseerd. Via twitter worden tips uitgewisseld over de juiste kledingkeuze voor het team overleg en bij menig bedrijf is een online variant van de vrijdagmiddagborrel gespot.

Kantinekroket of boterham aan de keukentafel?

De vraag is vóór de nieuwe lockdown al vaker gesteld: “gaan we straks weer allemaal naar kantoor? Hoe ziet het nieuwe normaal er voor de werknemer uit?“  Staan we dan weer massaal in de file, in de rij voor de kantinekroket of kunnen we leren van deze thuiswerktijd?

Thuiswerken heeft zeker voordelen. Het is goedkoop voor de werkgever, het scheelt de medewerker fors reistijd en is bewezen efficiënter: je plant je tijd beter en videovergaderingen zijn stukken korter dan in het echte leven. Daar staat tegenover de eeuwig loerende wasmand, beperkte ruimte, verveelde kinderen en het gegeven dat menselijk contact een belangrijke levensbehoefte is.

Niet voor niets gaven 24.000 respondenten in een groot internationaal onderzoek onder werknemers aan dat informeel sociaal contact één van de belangrijkste elementen van de werkdag omvatte! Dat contact is er natuurlijk ook via de videocall maar heeft belangrijke nadelen. Spontane ontmoetingen bij de koffiemachine, een kletspraatje met de baas in de lift of even ‘ruggespraak’ houden met je collega is er niet meer bij. Juist die informele sociale activiteiten blijken vaak de belangrijkste drijfveren achter innovatie en persoonlijk succes.

Op de fiets naar de flexwerkplek

Er is een goed alternatief voor thuiswerken: dicht-bij-huis werken op een satelliet- of flexkantoor. De faciliteiten zijn op hetzelfde niveau als op kantoor en er is een betere balans tussen werk en privé. Werkgevers hebben meer mogelijkheden tot het flexibiliseren van het eigen locatie aanbod en kunnen besparen op (dure) kantoormeters in de stad. De kwaliteit van leven van de werknemer verbetert door een kortere afstand tot het werk, de kosten voor werkgever en maatschappij zijn lager door verminderde files én we verminderen de uitstoot van kwalijke gassen.

Waarom zitten we dan nog niet massaal op die flexwerkplek? Om circa 8 miljoen werkenden een goede flexwerkplek te kunnen bieden moet het aanbod juist in woonkernen omhoog. Op dit moment zijn er ongeveer 200 flexkantoren op 8 miljoen werkenden, inclusief ZZP-ers. Die hippe maar veelal prijzige locaties bevinden zich vooral in het centrum van steden, terwijl er juist behoefte is aan kleinschaliger locaties in vinex en buitengebied. Contracten met vastgoed verhuurders hebben vaak een langere looptijd waardoor de huisvestingskosten voor werkgevers in het begin juist toenemen en de flexibilisering van de werkplek voor veel werkgevers nog te kostbaar is in verhouding tot de voordelen ervan.

Samen investeren in Het nieuwe nieuwe werken!

De overheid kan een belangrijke rol spelen in het uitbreiden van de benodigde infrastructuur in de ‘flexeconomie’ door het stimuleren van nieuwbouw van flexkantoren, conversie van bestaande gebouwen en herbestemmen van bijvoorbeeld winkels in dorpskernen. Zo bestrijden we leegstand én komen we elkaar, op gepaste afstand, weer wat vaker tegen. Stimuleer en beloon werkgevers voor verduurzaming en verbetering van de mobiliteit door bijvoorbeeld het gebruik van flexwerklocaties op te nemen in het energielabel van de bestaande locaties.

Met vrij eenvoudige ingrepen is er voor iedereen een aanvaardbare oplossing te vinden en kunnen we snel weer aan het werk in het nieuwe Normaal.

Zorg voor een veilige en verantwoorde werkomgeving.

GET STARTED